driewieler

Misschien toch, maar dan slechts in bescheiden omvang. Ze hebben net als andere fietsmodellen hun eigen voor- en nadelen, die ze voor de een aantrekkelijker maken dan voor de ander. Al sinds het midden van de jaren ‘70 experimenteren verschillende mensen in Amerika en elders met stroomlijnfietsen, - drie- en vierwielers die door een, twee of zelfs meer fietsers aangedreven worden. De driewieler en overdekte fietsen zijn er allemaal vroeger ook al eens geweest, maar de gewone fiets is zo gebleven als wij hem vandaag kennen omdat die de praktische en technische voordelen heeft die hem zo populair gemaakt hebben. Is er dan werkelijk geen realistische kans dat die oude vertrouwde fiets eindelijk eens door iets vlotters vervangen wordt. De autofanaat zal ook niet te verleiden zijn benzineslokker te laten staan. Het resultaat was volgens officiële aankondigingen zeer positief: de twee ervaren wielrenners in hun HPV knapten het zaakje met een snelheid van omstreeks 45 km/u op. Natuurlijk doen nu ook al ettelijke mensen dat op heel gewone fietsen, maar dit experiment moest tonen hoe de mensen die daarvoor te lui zijn dat ook zouden kunnen. Dat deze droomvoorstelling niet realistisch is ligt aan een aantal verschillende dingen. Gestroomlijnde fietsen rijden om de een of andere onverklaarbare reden op aparte fiets en fietspaden en de politie controleert het hele gebeuren vanuit de lucht met door pedaalkracht aangedreven vliegmachientjes. 100 km/u werden bereikt, maar dan slechts over een afstand van 200 m, waarover wielrenners ook op snelheden boven de 70 km komen. In 1981 besloot de toen nogal groen denkende autoriteit die in Californië voor het private en openbare transportwezen verantwoordelijk is, de HPV’s op hun deugdelijkheid te testen. Toen ze aan kwamen moesten ze wel even onder de douche en een gewoon pakje aantrekken. Stabiel wordt zo’n ding eerst als er een derde wiel aan te pas komt, en daarbij wordt het gedrag op een slecht wegdek al heel moeilijk.

schadeauto

Wil men om een of andere reden voorlopig geen andere auto dan zijn er verschillende bedrijven die schadeauto’s te koop vragen. Natuurlijk kan men zich de kosten van een tussenpersoon besparen door zelf op zoek te gaan op het internet naar schadeauto’s binnen Europa of daarbuiten. Het soms minieme verschil kan genoeg zijn om van uw auto geen schadeauto te maken. Een schadeauto hoeft niet altijd meteen helemaal afgeschreven te worden, het ligt eraan of de beoordeling wordt geveld op technische- of financiële gronden. Ook kunt u bij sommige bedrijven aangeven dat u met de schadeauto de onderdelen geleverd wil krijgen die u nodig hebt om de schadeauto te repareren. De dagwaarde van de auto is eenvoudig op te zoeken op het internet. Bij de meeste bedrijven die schadeauto’s verkopen kan men ook een verzoek voor een bepaalde schadeauto indienen. Controleer altijd, vooral als u particulier koopt of alle gegevens kloppen, vooral bij schadeauto’s wordt steeds vaker fraude gepleegd. Het is aan te raden om dit onderzoek bij een garage te laten plaatsvinden omdat daar prijslijsten aanwezig zijn die de expert nodig heeft voor zijn berekeningen en de auto kan op de brug geplaatst worden voor een gedegen onderzoek. Geef een limiet aan voor de prijs, dit maakt het zoeken voor het bedrijf gemakkelijker en ook u hoeft niet telkens opnieuw een schadeauto af te wijzen. De garage brengt expertisekosten in rekening voor het gebruik van de garage en hulp bij het opzoeken van prijzen en onderhandelen met opkopers. De hoogte van het bedrag dat je uitbetaald krijgt en expertisekosten hangen af van de verzekering die je voor de auto hebt afgesloten. Het onderzoek verloopt meer op schattingen zodat de werkelijke kosten voor reparatie kunnen verschillen met de geschatte waarde in het expertiserapport. Voor schadeauto’s die binnen de Europese Gemeenschap verhandeld worden zorgen meestal de verkopende bedrijven voor de hele afhandeling die nodig is om de schadeauto op een Nederlands kenteken te zetten. Als de auto financieel total loss wordt verklaard betekend dat niet dat de auto onherstelbaar is beschadigd maar dat de kosten voor herstel hoger zijn dan de dagwaarde van de auto. Vooral bij een all risk verzekering zijn deze gegevens belangrijk. De waarde van schadeauto’s wordt bepaald door de dagwaarde voor het ongeluk minus de herstelkosten waarbij wordt uitgegaan van nieuwe onderdelen.

poedercoaten

Deze groep noemt men aardverfstoffen, mineraal pigment of natuurlijk anorganisch pigment. Zonder hulpmiddelen zou een verflaag dan ook te EEI lang nat blijven. Waarom is voorbehandeling bij poedercoaten zo belangrijk. De verven voor het schilderen van hout en metaal zijn meestal gemaakt met alkydhars. Een droge verflaag wordt verffilm genoemd. In een nieuwe bus verf mogen geen verfvellen zitten. Dit zelfde kan ook gebeuren tijdens het gieten van polyestermaterialen (surfplanken, boten, beplating van autobussen). Het drogen van huisschilders verf gaat weer op een andere manier. Wanneer een kogelmolen gaat draaien, rollen de kogels langs en over elkaar heen. Die grondstoffen worden dan volgens een bepaald recept bij elkaar gedaan. De verf is dan voor gebruik gereed. Een schilder kan geen verf met klonten verwerken. Een bekende harssoort is alkydhars. Wanneer bekend is wat er van een verflaag verwacht wordt, kan men in de verffabriek een verf maken die juist die eigenschappen heeft. Bedrijven die de richtlijn van de Europese Unie volgen dragen het VOS-logo (emissiebeperking van Vluchtige Organische Stoffen). Doordat de combinatie hitte en lucht een snelle reactie heeft vloeit de coating snel uit in een gesloten laag op het te behandelen product. Siccatief bestaat uit een oplossing van metaaloxiden. Micro betekent klein. Verven met opgeloste lijm als bindmiddel worden met water verdund.

De steel van een penseel of verfkwast waarmee je werkt niet in de mond steken. Het gaat dan om gekleurde kleiachtige aardlagen. Planten leven en groeien. Het zijn stoffen die verdampen. Uit het zwarte steenkoolteer kan pigment worden gemaakt. Dit pigment wordt gebruikt voor het maken van verf, drukinkt, zeefdrukverf en stoffenverf. Er zijn verschillende soorten pigment. Dit duurt wel wat langer dan bij de sandmill, maar de wrijvingswarmte die ontstaat is minder groot, In een kogelmolen wordt een zeer grote hoeveelheid verf gelijktijdig fijn gemaakt. Na het verwerken van een verf verdampen ze uit de verflaag. Ervoor zorgen dat er geen verfdeeltjes in kleine wondjes aan je handen kunnen komen. Hulpstoffen worden aan verf toegevoegd om bepaalde eigenschappen van een verf of verflaag te verbeteren. Hiermee kun je, voordat je met het werk begint, je handen inwrijven. Door de toevoer van voldoende verse lucht wordt dan telkens een hoeveelheid damp afgevoerd. Het is wat moeilijk om je een beeld te geven hoe dik 40 micrometer wel is. Deze worden uitgegraven, schoongemaakt en gemalen. Verf en zand horen eigenlijk niet bij elkaar. Er zijn ook bindmiddelen die nog niet vloeibaar zijn, zoals bijvoorbeeld harsen. Om verf te maken voegt men in de verffabriek een aantal grondstoffen bij elkaar. Daarom wordt de sandmill veel gebruikt in een verffabriek. Omdat zuiver metaal gevoelig is voor corrosie vindt het poedercoaten binnen vier uur plaats. De voorbehandeling is belangrijk voor optimale hechting van de poedercoaten en beschermd tevens tegen corrosie. Met pigment kan men een verf dus een bepaalde kleur geven. In een snelroerder wordt het droge pigment door de bindmiddeloplossing geroerd. Door het roestwerende pigment loodmenie te combineren met een olieachtig bindmiddel krijgt men meer dan alleen maar een roestwerende verf.

ontslag vergoeding

Veel mensen krijgen bij ontslag uit een vaste baan een financiële compensatie van de werkgever. Deze ontslag vergoeding is bedoelt om het verlies in inkomen op te vangen. Bij de meeste bedrijven liggen de regels voor ontslag vastgelegd in een zogenaamd sociaal plan zodat de werkgever en de werknemer weten wat hun rechten en plichten zijn. Hoewel niet altijd terecht wordt deze ontslagvergoeding in de volksmond de gouden handdruk genoemd. Als men het niet eens is met het bedrag als werknemer dan kan men na eerst een uitleg aan de werkgever te hebben gevraagd naar de kantonrechter om de hoogte van de ontslagvergoeding aan te vechten. Bij de kantonrechter moet men een verzoekschrift indienen om herziening van de ontslagvergoeding. De kantonrechter maakt altijd gebruik van de kantonrechtersformule over de uitkomst van deze formule valt niet te twisten. Bij de uitkomst moeten zowel de werkgever als de werknemer zich neerleggen.

De formule van de kantonrechter is in principe simpel en fair en wordt als volgt uitgevoerd: Het aantal dienstjaren van de werknemer bij de huidige werkgever maal laatst verdiende loon maal correctiefactor. Bij het aantal dienstjaren zijn de aanvang- en ontslagdatum de basis voor de berekening van de kantonrechter. Het aantal dienstjaren wordt naar boven toe op hele jaren afgerond, dus ook als het ontslag in juni komt geldt dit bij de kantonrechter als een heel jaar. Verder wordt leeftijd meegerekend in de hoogte van de vergoeding, de leeftijdsgroepen zijn ingedeeld in de groep tot vijf en dertig jaar, vervolgens tot vier en veertig jaar, tot vijf en vijftig jaar en de jaren daarna. Bij berekening van het salaris wordt uitgegaan van het bruto bedrag dat het laatst verdiend is, inclusief vakantiegeld en andere vaste inkomsten. Extra toeslagen als kilometervergoeding en dergelijke worden niet meegerekend. Als slot kan de kantonrechter de correctiefactor toepassen als hij dit gerecht vindt. Als u bijvoorbeeld ontslag krijgt door ernstig verzaken van uw werkplicht of als de werkgever ontslag op onterechte gronden geeft. De formule van de kantonrechters wordt de abc formule genoemd. Bij besluit van de kantonrechter wordt als dat nodig is de hoogte van de ontslagvergoeding bijgesteld. Dit bijstellen kan zowel naar boven als naar beneden gebeuren. Misschien is het in sommige gevallen beter om de formule eerst zelf uit te voeren of met hulp van bijvoorbeeld iemand van de vakbond. De c factor kunt u zelf inschatten, als u weet dat er niets aan de hand is en u het werk naar behoren deed kan de factor als hij nodig is alleen negatief voor de werkgever uitpakken. Het aantal dienstjaren is gemakkelijk uit te rekenen, vergeet niet om naar boven af te ronden en uw leeftijd factor toe te voegen. Het bruto totale inkomen kan men vinden op de jaaropgave. Denkt u na de berekening dat de werkgever u weg wil sturen met te weinig ontslagvergoeding dien dan het verzoek met een kopie van uw contract voor de aanvangdatum van het dienstverband en de aangevraagde ontslagdatum, en een kopie van de jaaropgave.

terrasoverkapping hout

In stedelijke settings met veel hoogbouw kunnen de muren ver omhoog reiken, ook weer met opdringerige ramen. De vaste terrasoverkapping hout die niet aan een gebouw of woning is gemonteerd kan zich op iedere plek bevinden waar een terras is. En gezellig is het ook. Verder is het bovengedeelte bij deze vorm vaak van glas gemaakt of een doorzichtig sterk soort van plastic. Pergola’s die je kant-en-klaar koopt, zijn te laag en te smal, waardoor klimplanten zich er niet volop kunnen ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat de planken niet krom trekken, worden vaak twee schroeven vlak onder de kopse kant van het hout geschroefd. Een ruw uitgehakte steen met een gekliefde afwerking is traditioneler dan dezelfde steen die in strakke modules is gezaagd en daardoor moderner aandoet. Van een partytent tot een professioneel bouwwerk kan gekozen worden en dat is dan ook in alle soorten en maten verkrijgbaar. Verder zijn er ook de terrasoverkappingen die tijdelijk zijn, maar wel vast staan. Aan de natuurlijke kant hebben we steen, grind, zand, hout, granietblokken (kasseien), kiezels, keien enzovoort. Het effect is verbluffend. De belangrijkste punten waar u op moet letten bij de aanschaf van een goede terrasoverkapping zijn onder andere de weersbestendigheid en de licht doorlatendheid u wilt immers wel het licht in uw huis zoveel mogelijk behouden. Wie geen bezwaar heeft tegen de onregelmatige felgroene kleur, hoeft druk geïmpregneerd tuinhout niet te behandelen. Heel vaak worden ze totaal niet opgemerkt, wat ook de bedoeling is, maar eerlijk is eerlijk: niet veel mensen beseffen wat er boven hen is, vaak kijken ze niet eens omhoog.

Terracotta binnen en buiten, mooie oude plavuizen in de hal die een pad vormen naar de voordeur, kale vloerplanken die uitlopen op een plankier: ze versterken allemaal de band en maken huis en tuin tot een vloeiend geheel in plaats van twee afzonderlijke eenheden. De meest gebruikte materialen, voor de vaste vaak roestvrij staal en voor de tijdelijke een zwak staal, kunnen vaak in verschillende kleuren gemaakt worden en vaak kunnen ze achteraf ook nog zelf bewerkt worden. De tijdelijke overkappingen zijn vrijwel altijd bedoeld om zelf n elkaar te zetten. Het is belangrijk dat u bij de aanschaf van de terrasoverkapping duidelijk uw wensen kenbaar maakt. Bovendien beschermt een dak de barbecue en de meubels, en is het handig om er dingen onder te bewaren die niet nat mogen worden. Hierbij worden ze (bijvoorbeeld) in de zomer gemonteerd en in de winter onder de verslechterde weersomstandigheden weer gedemonteerd. Met een terrasoverkapping kunt u lekker lang genieten van de buitenlucht zonder last te hebben van regen of wind. Buiten is het niet veel anders, met name in de stad, waar een tuin is omgeven door andere gebouwen die de situatie volkomen domineren. Zoals we in winkels valse plafonds hebben, kunnen we die ook in de tuin hebben, al is dat zelden over het hele oppervlak. In het voorbeeld is er een raamwerk gemaakt van balken van 43 x 194 millimeter, dat met hoekijzers op de gemetselde muren is vastgezet.

radiatoren

De regeling kan uitgevoerd worden met een mengklep of een verdeelklep of een smoorklep. Om de vloer radiatoren te beveiligen tegen te hoge watertemperatuur wordt achter de mengklep een kortsluitleiding aangebracht, ingeregeld op 80% van de totale waterhoeveelheid van de vloer radiatoren. Als de pomp 1000 liter water per uur verpompt bij geheel geopende mengklep dan stroomt door de kortsluitleiding circa 800 liter per uur. In de vaktaal heet zo’n voorziening een natuurlijk voormeng systeem. Een tweede voordeel is een kleinere klep (doorlaat 20% van de totale waterhoeveelheid van het systeem) hetgeen inhoudt a. een goedkopere klep en b. een betere regeling. Het principe is in de tekeningen 118, 119 en 120 aangegeven. Voor het geval dat de bewoner de regelafsluiter dichtzet is van een natuurlijk voormeng systeem geen sprake dus ook geen beveiliging. De beveiligingsthermostaat schakelt bij te hoge watertemperatuur de ketel uit. Deze beveiligingsthermostaat mag niet de pomp uitschakelen. Het inregelen is een geduldig werk. De ketel wordt op 90 °C gezet. De regelafsluiter (ra) staat volledig open en de mengklep wordt voorzichtig geopend. Bij water van 90 °C in (a) wordt na een lange opwarmtijd de regelafsluiter zover dichtgezet dat de mengtemperatuur overeenkomt met de ontwerptemperatuur (bijvoorbeeld 45 °C bij - 10°C buiten). Het inregelen vergt inderdaad veel tijd. Hier geldt niet ‘haastige spoed is zelden goed’ doch ‘haastige spoed is nooit goed’. De drieweg klep kan ook worden vervangen door een gemotoriseerde smoorklep; een drieweg klep verdient de voorkeur. 5. Voor kleine eenheden, zoals een keukentje met vloer radiatoren, is zo ‘n regeling veelal te duur. In dit geval kan men volstaan met een thermosstatische afsluiter met af stand voeler.

De kortsluitleiding is een must. Het beknibbelen op de beveiligingsthermostaat is ‘goedkoop = duurkoop’. De ruimtetemperaturen kunnen centraal, per groep of individueel worden geregeld. Een temperatuurregeling per vertrek verdient de voorkeur, en is uitvoerbaar door elk radiatoren lichaam te voorzien van een automatische radiatoren afsluiter. Zo’n regelaar bestaat uit een temperatuur opnemer, genaamd voeler of regelelement en uit een uitvoerend orgaan, de regelklep. De regelelementen zijn in twee hoofdgroepen te verdelen nl. een regelelement met pasta- of vloeistofvulling en een balg met dampvulling. Het werkingsprincipe is voor beide typen thermosstatische afsluiters gelijk nl. het regelelement (de thermostaat) stuurt de afsluiter waarop deze gemonteerd is in een zodanige stand dat afhankelijk van de ingestelde waarde steeds zoveel warm water in de radiatoren wordt toegelaten als nodig is om het vertrek op de vereiste temperatuur te houden. Doorsnede thermosstatische radiatoren afsluiterradiatoren thermostaat geeft een doorsnede aan van de thermosstatische radiatoren afsluiter met een voelelement met wasvulling. Als het element warm wordt zet de wasvulling uit, die de klepsteel met klep naar onderen stuurt en de afsluiter doet sluiten. Er zijn pasta’s, die bij kamertemperatuur kristalliseren en net zoals bij water dat bevriest is de volumetoename per temperatuurverandering dan het grootst. Water bevriest bij 0°C, de pasta kristalliseert niet bij één bepaalde temperatuur maar er is sprake van een temperatuurstraject, waarbij de kristallisatie plaatsvindt.

assertiviteit

Je helpt de cursist de bovengenoemde redenen ter discussie te stellen, zodat hij nieuwe inzichten krijgt, nieuwe keuzes in gedragsrepertoire maakt, en zijn angsten onder controle brengt, in feite gaat het om assertiviteit. Daarom moet een trainer weten dat een assertiviteitstraining is opgebouwd uit verschillende leertheorieën en rust op pijlers uit de gedragswetenschappen; zaken die we in het volgende bespreken. Granma zei dat de spirituele geest net was als een spier. Als je hem gebruikte werd hij groter en sterker. Ze zei dat je hem alleen zo kon laten worden, door hem te gebruiken om dingen te begrijpen. Dan kreeg begrip de overhand, en hoe meer je probeert te begrijpen, des te groter hij werd. (uit: ‘The education of Litlle Tree’, Forrest Carter) In dit komen de leertheorieën van Pavlov, Mowrer, Salter en Wolpe ter sprake. Via de theorieën van Salter en Wolpe komen wij in het tweede deel van dit bij een aantal therapieën om gedrag te veranderen: de klassieke conditionering, de operante conditionering, de systematische desensitisatie en mondeling. Het sluit af met een betoog over cognitieve gedragstherapie en de mogelijke toekomst van assertiviteitstrainingen. In 1958 publiceert J.

Wolpe in zijn boek: Psychotherapie by reciprocal inhibition, een methode die gebaseerd is op de leertheorieën van Pavlov, Huil & Skinner, waarmee hij aantoonde dat patiënten door het aanleren van assertieve reacties hun angst konden overwinnen. Wolpe redeneerde als volgt: ‘Iemand die zijn gevoelens krachtig uit, kan zich niet tegelijkertijd angstig voelen.’ Hij leerde sociaal angstige mensen een krachtige assertieve handelwijze te gebruiken, of zich te ontspannen in die situaties waarin ze zich angstig voelden. Dit was een eerste soort assertiviteitstraining. Wolpe’s methode blijkt nog steeds een uitgebalanceerde basis te zijn voor het werken aan sociale angst. Wolpe heeft zijn methode voor het werken aan sociale angst gebaseerd op een aantal theorieën. De klassieke conditionering van Pavlov en het twee-factorenmodel van Mowrer komen hier ter sprake. De klassieke conditionering is beroemd geworden door de hond van Pavlov. Deze conditionering vindt plaats wanneer een onvoorwaardelijke stimulus (getoond voedsel) een onvoorwaardelijke respons oproept (speekselafscheiding, dit is een natuurlijke biologische reactie). Na herhaald samengaan met een voorwaardelijke stimulus (een bel), kan de onvoorwaardelijke stimulus zelfs worden vervangen door de voorwaardelijke stimulus. De voorwaardelijke stimulus leidt dan tot dezelfde (nu voorwaardelijke of geconditioneerde) respons (speeksel). Kortom, bij het luiden van de bel kreeg Pavlov’s hond ook speekselafscheiding. Zonder verder leerproces blijkt de hond ook te kwijlen op geluiden die lijken op het belsignaal. Dit proces noemt men generalisatie. Wanneer een kind door zijn vader vaak en streng gestraft wordt als het zich tegenover hem assertief gedraagt, kan het later van allerlei gezagsfiguren dezelfde reacties verwachten.

fondsenwerving

De kerken vormen feitelijk een bijzondere categorie bij het fondsenwerven. Het is een redelijk gesloten groep. Een klein aantal aan kerken verbonden organisaties, zoals het Leger des Heils, is lid van de VFI. Het overgrote deel echter is niet aangesloten bij een van de landelijke brancheorganisaties. Binnen de kerken is de Interkerkelijke Commissie Geldwerving een belangrijke partij, evenals het CIO, het Contact in Overheidszaken. De kerken zijn van mening dat zij een specifieke groep zijn met eigen specifieke kenmerken en daarom niet te vergelijken met de andere fondsenwervende organisaties. Dat neemt niet weg dat zij participeren in het brancheoverleg van de overige partijen. Om met name richting overheid als één partij overleg te kunnen voeren, hebben VFI, ISF en FIN in 2006 het Brancheoverleg Filantropische Sector (BOF) opgericht. In dit college participeert namens de kerken ook het CIO. Het NGF, opgericht in 1994, is de beroepsvereniging voor fondsenwervers. Anders dan bij bovengenoemde brancheorganisaties, zijn niet de instellingen lid, maar de individuele fondsenwervers. Het NGF stelt zich ten doel om het vak van fondsenwerver te professionaliseren. Daarom ook stond het NGF aan de wieg van de beroepsopleiding die door het ISF wordt verzorgd. Natuurlijk zijn er grenzen aan sponsoring en fondsenwerving. Grenzen aan de kant van de sponsor en grenzen aan de kant van de gesponsorde. Grenzen aan de prestatie en grenzen aan de tegenprestatie. Ethische aspecten maar ook factoren als goede smaak bepalen waar die grenzen liggen.

Bedrijven die producten maken waarvan overduidelijk bewezen is dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid, komen natuurlijk niet in aanmerking als sponsor van een zorginstelling, net zo min als een milieuorganisatie zich kan laten sponsoren door een bedrijf dat het met de milieuregels niet zo nauw neemt. Daar zijn de meesten het wel over eens. Ook de vorm van de tegenprestatie bepaalt de grenzen. Reclame uitingen aan het bed van de patiënten in een verpleeghuis zijn moeilijk te accepteren. In de gezondheidszorg gelden andere normen dan langs een voetbalveld. En als een sponsor voorrang wil hebben op de wachtlijst van een ziekenhuis, wordt een grens overschreden. Datzelfde is het geval als hij een leveringsmonopolie voor zijn producten verlangt. Maar niet altijd is de grens zo scherp te trekken. Er is een grijs gebied, een vloeiende overgang. En die kan van instelling tot instelling verschillend zijn. Wat acceptabel is in een museum, hoeft dat nog niet te zijn in een ziekenhuis. En voor een school gelden andere normen dan voor een sportvereniging. Het trekken van grenzen is dus maatwerk. Elke instelling moet voor zichzelf bepalen waar die grenzen liggen. En niet altijd is dat gemakkelijk. Nu de herkomst van het geld bekend is geworden, is voor het bestuur van de stichting de ethische vraag aan de orde wat nu te doen. Verdere hulp weigeren en de activiteiten van de stichting in Nairobi terugdraaien of het geld toch blijven aannemen onder het motto “Het doel heiligt de middelen”? Een niet %o eenvoudig te beantwoorden vraag. Grenzen stellen kan niet van buitenaf of van overheidswege. Om die reden is er dan ook geen limitatieve opsomming te maken van wat wel en wat niet mag of kan. Maar dat er grenzen zijn, daarover bestaat weinig meningsverschil.

trouwringen

Het modebeeld was voorbehouden aan de leisure class, een kleine bovenlaag in de westerse maatschappij die geen fysieke taken hoefde te verrichten en die kapitalen besteedde aan bijvoorbeeld trouwringen. Deze periode zette krachtig in. Een beslissende fase in de ontwikkeling van Planteijdt was een stage van zeven maanden bij Giam-paolo Babetto in Padua. Gijs Bakker dacht niet aan hoe en door wie zijn sieraden gedragen zouden worden; hij sloeg op de vlucht als hij dames een belletje zag passen en nam in deze dialoog nog altijd de positie in dat het koketteren met kostbare materialen zinloos was geworden, terwijl Rob Smit de drager en de relatie tussen de drager en zijn sieraden van wezenlijke betekenis achtte. In juli 1983 wijdde het vakblad een artikel aan de terugkeer van de gouden manchetknopen. De gebruikte materialen mochten schitteren en flonkeren van de kleur. Niet zelden leidde dat tot banden met de arbeidersbeweging, zoals ij de dichteres Henriëtte Roland Holst en de architect Berlage. Op deze wijze bekeken, blijkt de leidraad door de sieraadhistorie eerder bepaald door een langzaam veranderende vakopvatting dan door plotselinge wendingen. Deze katholieke edelsmid verwierf veel opdrachten uit kerkelijke kringen, die beter gedocumenteerd zijn dan zijn wereldse werk; een situatie die nog steeds opging voor het atelier van Brom in Utrecht. Trendsetters die de stap naar sieraden met diamant hadden gemaakt, waren vooral de jonge managers en tv-persoonlijkheden.

Interessant zijn de vroege batiks van Lion Cachet en Dijsselhof waarin het naturalisme en een oosterse techniek en vormentaal samenkwamen. Er was in deze jaren duidelijk sprake van een maatschappelijke opwaardering van de toegepaste kunsten, ar de aandacht ging vooral uit naar ambachtelijk vervaardigd werk.H. Het Sandberg Instituut was een stichting die in 1990 door de Rietveld was opgericht voor wat intern ‘bovenschoolse activiteiten’ werd genoemd. Deze zich regelmatig herhalende dialoog voor moeder en dochter was een indirecte bevestiging dat voor iemand van haar generatie het ‘echt of niet-echt’ van ongemeen belang was en ‘echt’ bij de status van de getrouwde vrouw behoorde, zoals ook uit de etiquetteboeken sprak. Dat in 1983 de herenmarkt nog ontgonnen diende te worden en dat de decembermaanden daartoe bij uitstek geschikt werden geacht, bleek uit de slotzinnen van dit artikel, die mijzelf een onbedaarlijke lachbui hebben bezorgd: Nu is het nog niet te laat om moderne mannensieraden, al of niet gezet met diamant, in uw collectie op te nemen. Toch heeft het ook iets sombers en ingetogens, wat het tot een typisch stuk van deze tijd maakt. De vernieuwingen in de toegepaste kunst in Nederland waren in eerste instantie stilistisch van aard, met motieven die aan de natuur of aan niet-westerse culturen waren ontleend. Bij de afbeeldingen zaten verder nog een paar lange oorbellen en een broche met centraal een ovale, cabochon geslepen steen, die in de breedte was opgewerkt tot een brochette; sieraden die tien tot vijftien jaar hiervoor ook al zeer gewild waren. De VES organiseerde in 1986 ook nog de multiples-tentoonstelling voor de presentatie in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum.

spa

In Finland, waar de spa een vast onderdeel verovert de van het leven van alledag is, gaat 85% van de bevolking regelmatig naar wereld, de spa. Ook in andere Europese landen is de spa erg populair. Zelfs in Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, in de V.S. en in verre delen van Zuid-Amerika is de spa aan zijn triomftocht begonnen. Verdere ontwikkelingen op spagebied Ze worden door spaverenigingen, maar ook door particulieren georganiseerd: spareizen naar Finland natuurlijk, maar ook naar de indianen in Noord- en Zuid-Amerika of naar een oriëntaals bad in Turkije. Infrarood spa: de zweetcabine wordt verwarmd door infraroodstralers. Van een rondom zweetgenot zoals in de klassieke spa is bij dit type spa echter geen sprake, omdat niet alle lichaamsdelen gelijkmatig worden verwarmd. Sommige plaatsen van het lichaam blijven koud. Helarium: in de zweetcabine wordt u als aanvulling op de warmteprikkel met verschillende kleuren bestraald, die uw stemming en uw lichaamsfuncties zouden beïnvloeden. De kleuren worden door een lagedruklamp met een speciaal gasmengsel opgewekt. En zo werken de kleuren: rood stimuleert de activiteit van de huid en de klieren, geel verbetert het geestelijke prestatievermogen en de spijsvertering, blauw en groen zijn rustgevend. Wit of zeer fel licht zou de stemming verbeteren. Kristalspa: rookkwartskristallen, die boven de spakachel bevestigd zijn, verspreiden een aangenaam licht. Dat zou de diepe ontspanning stimuleren. Hetzelfde effect kunt u echter ook bereiken door alleen spabaden.

De geschiedenis van de mensheid is tevens de geschiedenis van haar baden. Zo had elke cultuur het passende bad! In een enigszins gewijzigde vorm kunt u tegenwoordig in fantasievolle complexen de meest verschillende zweetvarianten voor uzelf ontdekken. Hamam, het Turks-Arabisch bad Baden volgens oriëntaalse gebruiken Er heerst een sprookjesachtige sfeer, zoals in 1001 nacht. Marmer, mozaïeken, muurschilderingen en kruidengeuren zorgen ervoor dat u zich in de Oriënt waant. U bent in het ‘huis van de hitte’, de harara, een stoom zweetruimte. Boven uw hoofd bevindt zich een halfrond gewelf dat met kleurrijke, sterrenvormige glazen ogen bezaaid is. De binnenvallende zonnestralen dompelen de ruimte onder in een schemerachtig meditatief licht. U zweet bij een temperatuur van 50 °C in een zitnis. Na ongeveer twintig minuten wordt u door een badmeester, de tefflak, verzocht om plaats te nemen op de navelsteen. Dat is een achthoekige marmeren steen, die in het midden van de ruimte staat. Terwijl u daar ligt, kunt u genieten van een zeepmassage die wordt uitgevoerd met geitenlederen handschoenen. Maar voorzichtig! Deze afwrijving is voor gevoelige huidtypes niet erg geschikt. Daarna gaat u naar de rustruimte, waar u in een oriëntaalse sfeer onder het genot van Turkse thee, zilte yoghurt en sappig fruit de tijd kunt vergeten en heerlijk kunt ontspannen. Vroeger was de hamam vaak onderdeel van een moskee. Tegenwoordig kunt u ze aantreffen in wellness centra en luxehotels. Rhassoul, het oriëntaals modderbad Een zweetvariant, speciaal voor de huid, is het rhassoulbad. Rhassoul is een leemaardesoort uit het Atlasgebergte in Marokko. Deze leemaarde is nog fijner dan woestijnzand. Na een reinigingsdouche gaat u de rhassoulruimte binnen, waar een temperatuur van 40 °C heerst. Daar treft u verscheidene schalen met rhassoulmodder aan. Wrijf uw lichaam er royaal mee in.

uitzendbureau

We kunnen de resultaten van onderzoek naar het uitzendbureau als volgt samenvatten: bedrijven kiezen vaker voor de inzet van uitzendkrachten naarmate ze groter zijn en naarmate ze meer moeite hebben om vast personeel te werven; bedrijven kiezen vaker voor de inzet van freelancers naarmate ze jonger zijn en naarmate ze meer moeite hebben om vast personeel te werven. “Ik heb moeite om voldoende gekwalificeerd personeel te werven” Sterk of helemaal van toepassing 33% Enigszins van toepassing 21% Niet van toepassing 46% Totaal 100% Deze resultaten bevestigen dat de krapte op de arbeidsmarkt van invloed is op de balans tussen vast en flexibel: naarmate het moeilijker is om werknemers in loondienst te werven, zullen bedrijven eerder gebruik maken van flexibele arbeid in de vorm van uitzendkrachten en freelancers. Het gevonden verband is voor beide vormen van flexibele arbeid even sterk. We hebben geen relatie gevonden tussen de krapte op de arbeidsmarkt en de absolute of relatieve omvang van de ingezette flexibele arbeid. Uitzendkrachten en freelancers bieden bedrijven de mogelijkheid om meer flexibel te opereren. Ondanks de toenemende dynamiek waaronder bedrijven moeten werken, maakt ongeveer een op de drie werkgevers in het MKB gebruik van flexibele arbeid in de vorm van uitzendkrachten of freelancers. In het bijzonder heeft 20% van de werkgevers in het MKB in 2005 uitzendkrachten ingezet, terwijl 19% gebruik heeft gemaakt van de diensten van freelancers. Omdat er enige overlap tussen deze groepen bestaat, hebben per saldo ongeveer één op de drie werkgevers in het MKB (35%) gebruik gemaakt van flexibele arbeid. De inzet van uitzendkrachten en freelancers moet hierbij overigens niet te snel over één kam geschoren worden.

De resultaten van het onderzoek suggereren namelijk dat uitzendkrachten en freelancers om verschillende redenen worden ingezet. Dit volgt onder andere uit het feit dat de keuze van een bedrijf om al dan niet uitzendkrachten in te lenen los staat van de keuze om al dan niet freelancers in te zetten. Ook blijkt dat de inzet van uitzendkrachten deels van andere factoren afhangt dan de inzet van freelancers. Zo hangt de inzet van uitzendkrachten samen met de grootte van bedrijven en niet met de leeftijd. Voor de inzet van freelancers geldt precies het omgekeerde: deze hangt samen met de leeftijd van bedrijven, maar niet met de omvang ervan. Wel geldt dat de inzet van zowel uitzendkrachten als freelancers samenhangt met de krapte op de arbeidsmarkt. Dit onderzoek is onderdeel van een gezamenlijk onderzoek van EIM en het Amsterdam Center for Entrepreneurship naar beloning in het MKB. Dit onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met Jong MKB Nederland. De eerste resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in ‘Goed belonen loont!’. Een uitgebreid rapport over dit onderzoek (inclusief een uitgebreide onderzoeksverantwoording) verschijnt binnenkort. De data voor dit project zijn via een telefonische enquête verzameld. Voor het ontwikkelen van de vragenlijst is gebruik gemaakt van bestaande enquêtes en van bestaande expertise op het terrein van beloningsonderzoek en MKB onderzoek. De conceptvragenlijst is vervolgens getest via een aantal testgesprekken. Dit leidde nog tot een paar wijzigingen in de vragenlijst. Twee belangrijke bedrijfskenmerken waar in dit onderzoek naar gekeken is, zijn de grootte en de leeftijd van bedrijven.

douchedeur

Douchedeuren zijn verkrijgbaar in vele afmetingen. Een enkele douchedeur is te koop in maten vanaf circa 35 cm tot zo’n 95 cm. Een dubbele douchedeur meet doorgaans al snel tussen de 100 en 120 cm. De gemiddelde diepte van een standaard douchedeur is zo’n 50 cm, maar ook hier zijn diverse variaties op mogelijk. Sommige douchedeurfabrikanten bieden zelfs maatwerk aan. De hoogte waarop u de douchedeur monteert, hangt af van uw lengte, maar gemiddeld is dat tussen de 80 en 90 cm. U meet dit vanaf de bovenkant van de douchedeur. Welk formaat voor uw badkamer geschikt is, hangt mede af van de ruimte die u hiervoor beschikbaar hebt. Bijvoorbeeld een enkele douchedeur vraagt ongeveer 120 cm vanaf de wand en 80 a 90 cm in de breedte.

U moet de douchedeur normaal kunnen gebruiken zonder bijvoorbeeld bij het kammen van uw haar met de ellebogen tegen een deur of douchewand te stoten. Douchedeuren worden gemaakt van diverse materialen. Het meest gebruikelijk zijn de glazen douchedeuren. Daarnaast zie je tegenwoordig zeer regelmatig roestvrijstalen douchedeuren. Ook zijn er douchedeuren van natuursteen (marmer, graniet e.d.), beton, (Belgisch) hardsteen, glas, (transparant) kunststof, aluminium, massief hout of een samengesteld materiaal (composiet, terrazzo e.d.). Elk materiaal heeft zo zijn eigen kenmerken en voor en nadelen. Laat u zich over de materialen en het onderhoud hiervan goed voorlichten door de leverancier. Zo blijft natuursteen altijd iets poreus en dus gevoelig voor vlekken. Misschien geen praktische keuze als u kinderen hebt. Ook echt hout is lastig in een badkamer. Dit materiaal blijft vaak werken en vraagt daarom een specifieke behandeling met bij voorbeeld botenlak. Wilt u veel aflegruimte rondom de douchedeur? Kies dan voor een douchedeur met brede randen en plaats er een planchet boven. Wilt u wel aflegruimte maar gruwt u van een planchet? Dan is een asymmetrische douchedeur met aan één of twee kanten extra aflegruimte wellicht een optie. Een andere mogelijkheid is een blad in combinatie met een op of onderbouw douchedeur. Het is hierbij uiteraard van belang dat dit blad goed tegen water bestand is. Behalve het sanitair is het in de badkamer belangrijk om voldoende bergruimte te hebben voor onder meer uw toiletartikelen. Het badkamermeubel biedt hiervoor een goede oplossing. Meestal is zo’n meubel op maat en naar behoefte samen te stellen. Over het algemeen wordt het badkamermeubel rondom de douchedeur gebouwd. Dit kan een geheel zijn, maar ook bestaan uit losse elementen. Denk hierbij aan een losse kast onder de douchedeur, één of meer smalle hoge kasten los naast de douchedeur en een spiegelkast boven de douchedeur. Het interieur van het badkamermeubel moet praktisch zijn en genoeg opbergruimte bevatten.

stropdas

“De kwaliteit moet de hoogste prioriteit hebben en de exclusiviteit moet gewaarborgd worden. Er zouden veel meer mensen Cardin-dassen willen verkopen (en kopen), maar we maken er gewoon niet meer. Iedereen kan een ordinaire zijden stropdas in een warenhuis kopen voor de helft van de prijs, maar dan weet je ook dat er nog 500 andere mannen met dezelfde stropdas rondlopen. Daardoor heeft die stropdas niet het cachet van een Cardin-das.” Niet alle ontwerpers geven hun naam op deze manier in licentie, hoewel velen het wel doen. Sommigen (zoals Hermès, Givenchy, Armani en Versace) houden veel strakker toezicht over de ontwerpen en staan er op dat de fabrikanten nemen wat zij bereid zijn te geven. Maar welk systeem er ook gehanteerd wordt, de designer-dassen zijn de grootste en succesvolste vernieuwing op de dassenmarkt van de laatste 20 jaar. Ontwerpers als Cardin zullen hun stropdassen van Tokyo tot Haïti geproduceerd zien. Vervalsers uit het Verre Oosten en Zuidoost-Azië doen heel goede zaken met namaak designer-dassen. En er zullen heel weinig dassendragende mannen zijn die niet minstens één designer-das in hun garderobe hebben.

De hernieuwde opkomst van de werkethiek in combinatie met de vorderingen van de feministische beweging in de jaren zestig en zeventig had ook in de dames-halsbedekking veranderingen tot gevolg. De eerste generatie zakenvrouwen kreeg haar eigen ‘dress for succes’-look van John T. Mollow en consorten, compleet met een pseudomannelijke stropdas. Een typische vertegenwoordigster van deze stijl was de Britse premier Margaret Thatcher. In de eerste jaren van haar ambtsperiode werd zij zelden gezien zonder een mantelpak met blouse die in een ‘pussy-cat’-strik aan de hals werd gesloten: een man-vrouw uniform dat de mannelijke politici vertelde dat zij echt ‘een van de jongens’ was en niet in huilen uit zou barsten wanneer men haar tegenwerkte. Met het groeien van hun zelfvertrouwen in de jaren tachtig weken steeds vaker af van dit uniform. Zoals de mannen al tientallen jaren gedaan hadden, begonnen zij met halsbedekking te spelen. Modevoorbeelden zoals Mick Jaggers eerste vrouw Bianca hadden al laten zien hoe vrouwelijk zij eruit konden zien in een herenkostuum, kraag en das. Zakenvrouwen pasten deze zeer modieuze kleding aan en ontdekten dat een zijden shawl, gestrikt als een Ascot of om de nek gedraaid, een zakenkostuum een wat vrouwelijker aanzien kon geven, zonder daarbij aan autoriteit in te boeten. De Franse firma Hermès deed goede zaken met deze mode. Ze begon folders te maken waarin de vrouwen getoond werd hoe zij het beste uit hun fantastisch mooie (en adembenemend dure) zijden sjaals konden halen. Deze zouden de vrouwelijke tegenhangers van de mannelijke designer-dassen worden.

bv oprichten

Een ondernemer in een eenmanszaak of VOF is hoofdelijk aansprakelijk voor alle ondernemingsschulden. Dit betekent dat hij het risico loopt om zijn privévermogen te verspelen wanneer hij wordt aangesproken. Men kan beter een bv oprichten, in een bv bestaat geen hoofdelijke aansprakelijkheid. De aandeelhouder kan ’slechts’ zijn aandelenkapitaal verspelen. Dezelfde persoon kan in zijn hoedanigheid van bestuurder ook in privé worden aangesproken. Wel moeten er dan bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Deze zijn, onder meer voor wat betreft de aansprakelijkheid ten opzichte van de fiscus, neergelegd in een tweetal wettelijke regelingen, de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid (WBa) en de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa). Op grond van de WBa kunnen bestuurders van een rechtspersoon - BV, NV, stichting of vereniging - welke aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen, hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor: niet afgedragen premies werknemers- en volksverzekeringen; niet afgedragen loon- en omzetbelasting; niet afgedragen gelden aan verplichte bedrijfspensioenfondsen. Op welke rechtspersonen is de WBa van toepassing? Onder de WBa vallen rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid voor zover zij aan de heffing van vennootschapsbelasting zijn onderworpen. In de meeste gevallen zal het daarbij gaan om besloten en naamloze vennootschappen. Ook andere rechtspersonen kunnen aan deze definitie voldoen. Hierbij valt onder meer te denken aan maatschappen, verenigingen en andere ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen, stichtingen en doelvermogens. Publiekrechtelijke rechtspersonen, evenals kerkgenootschappen en de meeste verenigingen en stichtingen hebben geen commercieel doel en zijn dan ook niet aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen. De bestuurders daarvan kunnen dan ook niet op grond van de WBa aansprakelijk worden gesteld.

De WBa merkt niet alleen de juridische, doch ook de feitelijke bestuurder aan als bestuurder. Dit betekent dat naast de statutair directeur van een besloten vennootschap, ook degene die het beleid in feite (mede) bepaalt als ware hij bestuurder, als bestuurder wordt aangemerkt. Niet als bestuurder worden aangemerkt een commissaris, een curator en een door de rechtbank benoemde bewindvoerder. Een bestuurder is slechts aansprakelijk wanneer aannemelijk is dat de niet-betaling door de rechtspersoon aan hem en zijn medebestuurders te wijten is als gevolg van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is eerst sprake als de schulden het gevolg zijn van uitgesproken duidelijke zware fouten, veroorzaakt door roekeloos, lichtzinnig en onverantwoordelijk gedrag van de bestuurder. Wanneer niet aan de betalingsverplichting kan worden voldaan, is de rechtspersoon verplicht de desbetreffende instanties binnen twee weken na de dag waarop de betaling had moeten plaatsvinden, daarvan (in principe schriftelijk) in kennis te stellen. Iedere bestuurder is bevoegd namens de rechtspersoon deze melding te doen. Er zijn diverse richtlijnen gegeven met betrekking tot de melding van betalingsonmacht. Hoofdpunten van de resolutie: Wanneer tijdens een onderhoud van de belastingschuldige met de ontvanger de betalingsproblemen aan de orde komen, behoort de ontvanger te wijzen op de wettelijke meldingsplicht en de meldingsregeling toe te lichten. Belastingschuldige wordt hierbij in de gelegenheid gesteld ter plekke aan de meldingsverplichting te voldoen. Bij een telefonisch onderhoud waarbij de betalingsproblemen worden besproken zal de ontvanger de belastingschuldige op de meldingsplicht wijzen en deze het meldingsformulier onmiddellijk toezenden.

soapopular

Handen zijn de meest voorkomende overbrengers van verkoudheid en griep. De Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) beveelt dan ook regelmatig handen reinigen aan als een eerste vereiste, zeker in tijden van dreigende panepidemie. Er zijn verscheidene hand-reinigende desinfecteermiddelen in de handel, waaronder soapopular een nieuwe variant is. Het antiseptisch middel is sinds drie jaar verkrijgbaar in Canada en de Verenigde Staten van Amerika, in Groot Brittannië sedert een jaar en vanaf 2009 onder andere ook in Zweden, Duitsland en Nederland. Het grote verschil tussen Soapopular en andere handreinigende gels of handreinigende schuimen is het ontbreken van alcohol in de samenstelling ervan. Een nadeel van alcohol in de bekende hand gels of hand schuimen is dat dit bestanddeel natuurlijke oliën aan de huid onttrekt. Omdat handhygiëne een van de doeltreffendste manieren is om infecties onder controle te houden, zullen de handen regelmatig worden gereinigd, waardoor de huid bij herhaaldelijk gebruik van antiseptische middelen op de langere duur zal uitdrogen. Gezondheidsorganisaties breken een lans voor een zorgvuldige handhygiëne, omdat dit geldt als een eerste verdedigingslinie tegen infecties en ziekten. Immers door handcontact kunnen (griep) epidemieën of zelfs pandemieën ontstaan of zich uitbreiden. Derhalve is een consequente en zorgvuldige handhygiëne noodzakelijk, ook wanneer water en zeep ontbreken. De alcoholvrije Soapopular vormt hiervoor een goed alternatief.

Het in samenstelling alcoholvrije Soapopular voorkomt uitdroging en irritatie van de huid, zodat er geen haarscheurtjes of kloven ontstaan die kunnen dienen als schuilplaats en kiembron voor bacteriën. De huid van de handen blijft gaaf en soepel, ook bij herhaald gebruik en op de langere duur. Hierdoor is Soapopular veilig voor kinderen en volwassenen en kan op iedere werkplek (van verpleging tot kinderopvang) worden toegepast. Het antiseptische Soapopular is te omschrijven als een handhygiëne zonder toepassing van het gebruikelijke wassen met water en zeep. Al wast water en zeep het vuil van de handen, het is niet effectief tegen bacteriën en virussen. Echter wanneer het schuim van Soapopular op de handen wordt aangebracht en zorgvuldig ingewreven, doodt het binnen enkele tellen 99,9% van de ziekteverwekkers, zoals patho-gene bacteriën en virussen. Dit is te danken aan een uit ammonium samengestelde benz-alkoniumchloride (BBV), dat in een mum van tijd afrekent met schadelijke ziekteverwekkers, inclusief de virussen voor Mexicaanse griep, SARS, influenza en zo voort. Ook zonder dat water voorhanden is, blijkt Soapopular effectief. Naspoelen is niet nodig en aangezien Soapopular vrijwel onmiddellijk aan de lucht droogt, is ook het drogen van de handen en daarmee een handdoek of droogblaas apparaat overbodig. Bovendien blijft de desinfecterende werking van Soapopular na het inwerken van het schuim aanwezig, terwijl deze antiseptische werking bij alcoholhoudende hand gel verdwijnt zodra de alcohol eruit is verdampt. Heel handig is het verkrijgbaar zijn van Soapopular in verschillende verpakkingen. De foam is niet alleen leverbaar in flessen van 250 of 100 ml, maar ook als unieke pendispenser van 10 ml, zodat deze handhygiëne op elke locatie onder handbereik staat of dat nu de werkplek, de school, onderweg (als pendispenser in de school- of handtas), of thuis is.

wc verstopt

Slappe grondslag vraagt, wat de voorzieningen tegen verzakken betreft, ook bijzondere maatregelen. Bij verzakkende buizen kunnen breuken ontstaan waardoor de wc verstopt. De meest eenvoudige is het toepassen van hol uitgezaagde piketten, waarin elke buis, juist achter de kraag, komt te rusten. Om aan het doel te beantwoorden moeten deze piketten soms een vrij grote lengte hebben, wat dus veel materiaal vraagt. Verder zal het hout, daar dit meest niet geheel onder het grondwater zal komen, vrij spoedig zijn vergaan. Om dit tegen te gaan bestrijkt men het met carbolineum of andere soortgelijke conserveringsmiddelen. In plaats van houten piketten bezigt men ook wel hol uitgewerkte betonplankjes, die het bezwaar van vergaan missen, doch overigens geen betere constructie geven. De piketten geven een zeer plaatselijke ondersteuning. Een meer gelijkmatig dragen van de buizen wordt verkregen, door deze op een doorgaande stevige plank of plaat, te leggen. Hierop aangebrachte latten verhinderen het zijdelings afglijden van de buizen. Hoewel door de doorgaande ondersteuning minder kans is op zetting in de riolering dan bij de piketten, zijn de planken ook spoedig aan rotten onderhevig, waarom men ook wel een dun gewapend betonplaatje, bezigt. Na het leggen van de buizen en eventueel op hoogte opstoppen, wat hier gemakkelijk gaat, metselt men de buis plaatselijk aan, of legt ze in een opstand van schrale beton, zodat ze een vaste stand heeft. Zo’n betonplaatje zal, als de bodem neiging heeft tot nazakken of inklinken, ook vrij spoedig doorbreken.

In dit geval zal de riolering echter slechts plaatselijk een breuk vertonen en niet geheel door elkaar zakken, als op piketten het geval kan zijn. Wanneer de grond zeer slap is, zijn de genoemde maatregelen ontoereikend en zal men de riolering op andere wijze moeten ondersteunen. De enige goede methode is, de riolering aan het gebouw te verbinden. Dit kan op verschillende wijzen plaats vinden. Is het gebouw voldoende diep gefundeerd, zo kan men plaatselijk uitmetselingen uit de fundering maken en hierop de buizen doen dragen. Meestal legt men over deze uitmetselingen een plank of betonplaatje en legt daar de buizen op. De uitmetselingen maakt men op het juiste afschot of wat gemakkelijker is, men stopt de buizen op de plank of betonplaat op juiste hoogte op. De ondersteuningen dienen zo ver uit de muur te reiken, dat men alle verbindingen goed kan dichten en ook spruiten e.d. goed kunnen worden aangesloten. Speciaal moet men daar op letten, waar de binnenafvoer op de buitenleiding aansluit. In het algemeen vermijden men het maken van een verbinding in een muur; geheel te ontgaan is dit niet altijd. In plaats van uitmetselingen maakt men ook wel gebruik van stalen balkjes, welke in de muur worden gemetseld en waarop de betonplank wordt gelegd, die de buizen draagt. Het balkstaal moet voldoende tegen roesten zijn beschermd. Een enkele maal metselt men beugels in, waarin de buizen kunnen dragen. Deze methode heeft het bezwaar, dat men de beugels zeer zuiver moet afstellen, wat in de opbouw meestal niet vlot gaat, omdat alle hoogten niet altijd nauwkeurig zijn bekend. Men zal dus gaten moeten sparen en na de opbouw de beugels inmetselen. Verder moet een beugel ook vrij ver uit de muur steken om alle verbindingen te kunnen maken en zal dus ook vrij zwaar materiaal moeten worden gebruikt.